Thierry Vandererfven produceert ambachtelijke confituren, gesmaakt van
Japan tot Qatar
Op zijn zeventiende zei hij de school vaarwel, op zijn 21ste nam hij de
delicatessenzaak van zijn ouders over, en vandaag verkoopt hij
jaarlijks honderdduizenden luxeconfituurpotjes, van San Francisco
tot Japan. Thierry Vandererfven, selfmade ondernemer van hippe
selfmade confituur: “De wereld is mijn thuis.”
De geur van pruttelende confituur streelt mijn reukorgaan. A la
recherche du temps perdu, naar grootmoeders tijd. Alleen is
grootmoeder in keukenshort met bloemenmotief vervangen door ijverige
productiemedewerkers van Belberry Preserves. Ze roeren manueel in
een van de twaalf 'marmites' op de gasvuren. Iets verder rollen de
confituurpotjes gezwind over de band. Ze worden automatisch afgevuld
met een van de tientallen confituurvariëteiten die Belberry
Preserves rijk is. Gedelegeerd bestuurder Thierry Vandererfven is
net terug van een voedingsbeurs in Singapore. “Daar zitten de centen
en de nieuwe rijken.” En even later: “Is het goed dat we het
interview in het magazijn doen, om in de sfeer te komen?” Tussen
duizenden potjes, met aardbei-, limoen- of sinaasappelsmaak, rolt
een woordenstorm over me heen, op smaak gebracht met West-Vlaamse
oneliners.
“Ik had een kruidenierszaak, zeg maar delicatessenwinkel, van 1990
tot 2006. Toen ik 21 was, nam ik die over van mijn ouders die de
winkel sinds 1956 runden. Ze brachten er vijf kinderen in groot, ik
was de jongste. Op zijn zestigste zei mijn vader: ofwel neem jij het
over ofwel verkoop ik de zaak. Mijn broers hadden al een eigen zaak,
allemaal in de voeding.”
De jonge Thierry had op zijn zeventiende de schoolpoort
dichtgezwaaid. Hij ging bij zijn broer werken op leercontract,
behaalde via de middenjury zijn kokdiploma en zag nadien een stukje
van de wereld als GO bij Club Med. “Ach, ik ben er niet trots op
maar de school was niets voor mij, al ben ik wel op mijn pootjes
terechtgekomen.”
Van de kerktoren naar het buitenland
De confituurbusiness van Kortrijkzaan Thierry Vandererfven groeide
heel organisch, stap voor stap. “Weet je, mijn ouders maakten ook al
confituur voor verkoop in de eigen winkel. Op zondagmiddag hadden ze
een paar bakken aardbeien over, en wat doe je dan als goede
middenstander? De maandag verkoop je die niet meer en maak je er
confituur van. (grijnst) Ik begon in mijn delicatessenzaak met
veertig potjes per week; ik vulde ze met de pollepel, kleefde er een
etiket op en leverde ze bij bakkerijen en speciaalzaken rond de
kerktoren. De kerktoren werd algauw de kuststreek en uiteindelijk
schakelde ik over op distributie via groothandels.”
Een eerste echt scharniermoment kwam er in 2000. Vandererfven: “Op
de Kortrijkse voedingsbeurs Tavola vielen we in de prijzen met onze
suikervrije appelgelei als meest vernieuwende product. In 2001
volgde ook onze eerste exportbeurs in Londen. Ik viel achterover van
de kostprijs voor tien vierkante meter ruimte. Ik stond vlakbij de
infobalie van Flanders Investment & Trade (FIT) en had één vierkante
meter voor mijn display en één voor mezelf ernaast. De beurs
rendeerde en de distributie in Engeland en Scandinavië werd
opgestart. In 2005 volgde een tweede sleutelmoment. Ik kreeg een
uitnodiging van de FIT voor een handelsmissie met prins Filip naar
Japan en botste er op de juiste handelspartner, een Japanse
diamantair nota bene.”
Die missies staan in de media vaak in het oog van de storm. De
perceptie leeft dat vooral grote bedrijven op de catwalk paraderen
en er bitter weinig zakencontracten uit voortvloeien. Vandererfven:
“Dan lever ik met mijn kmo het tegenbewijs. De mensen van FIT zijn
'ondernemers in the field': ze kennen de markt, ze worden er
trouwens voor betaald door de overheid. Er zijn zoveel ondernemers
die geen beroep doen op hun expertise omdat ze het aanbod niet
kennen of vrezen voor bureaucratische regeltjes. Ten onrechte. De
FIT-mensen hebben onbetaalbaar marktonderzoek voor ons gedaan: rond
invoerders, prijzen, etc... In zes dagen had ik tien afspraken.”
Flagstore in Japan
Eind maart vorig jaar opende Belberry Preserves een luxueuze
flagstore in Midtown in Tokio, een megacomplex van 56 verdiepingen
met bijhorende luxe shopping mall. De Japanners waren wild van de
Belgische luxeconfituur: in het openingsweekend vlogen 7.000 potjes
de deur uit. Het land van de Rijzende Zon staat nochtans bekend als
een zeer protectionistische markt. Vandererfven: “Japan heeft een
piramidestructuur, de communicatie loopt er niet van een leien
dakje. Zonder onze Japanse handelspartner Shigy Ishida – die op onze
producten een exclusief invoer- en verkooprecht heeft – was het
nooit gelukt om daar zo'n luxueuze winkel te openen. Samen brachten
we één miljoen dollar bij elkaar.” Die handelspartner koos de
Belgische kmo-bedrijfsleider niet alleen voor zijn mooie ogen. “Ik
kwam blijkbaar zeer geloofwaardig over en straalde de passie van
mijn product uit. Je moet echter vooral weten hoe en waar je je
product wil positioneren. We maken geen confituren voor de
grootdistributie en laten ons dus niet verleiden door de Carrefours
en Aldi's van deze wereld. Er zijn al voldoende grote, industriële
bedrijven die massaproductie hebben met lage marges. Wij kunnen daar
ook niet mee concurreren in prijs en volumes. Pas op, Carrefour wil
ons product in de rekken van hun Gourmet-corner, maar ik kan dat
niet maken tegenover alle delicatessenzaken die ik het vertrouwen
geef. Er moet nog een bestaansreden zijn voor de bakker en
chocolatier, zodat niet alles in de grootdistributie terechtkomt, ik
ben zelf ook kruidenier geweest hé. Het is simpel: we maken een
nicheproduct en je moet naar een speciaalzaak om het te vinden.
Zeker in Japan waken ze daar nauwlettend over. 'Pas op wat je doet,
Thierry. Laat me weten via wie je verkoopt, dat de confituur niet
via een parallelmarkt in Japan binnenkomt', drukte mijn
handelspartner me op het hart. Hij had dit concept trouwens al met
succes met het Belgische chocolademerk Del Rey uitgeprobeerd.”
Thierrry Vandererfven glundert als hij over Japan praat. De
kruidenier werd een globetrotter pur sang. “Ik had heel snel de
ambitie om mijn confituren wereldwijd te verkopen. De wereld is mijn
thuis maar in het begin ben je blij dat je ze in Brussel en Europa
kwijtgeraakt. België heeft een enorme reputatie op vlak van voeding
in het buitenland. Nu zitten we naast Japan ook in Hongkong,
Shanghai en Qatar.”
Zijn bedrijf mag dan wel 70 procent per jaar groeien, wie groei
zegt, zegt ook groeipijnen. “Tien jaar terug moest ik niet naar de
bank om geld te vragen. Mijn bank of 'cash provider' was mijn
kruidenierszaak, gedurende jaren heb ik de winst van mijn
kruidenierszaak geïnvesteerd in mijn confituurproductie. Tot voor
een jaar kende ik geen cashflowproblemen, maar kapitaal vinden om
verder te groeien, daar hou ik slapeloze nachten aan over. Om me te
begeleiden heb ik een kleine onafhankelijke adviesraad in het leven
geroepen die bestaat uit vier ondernemers: Peter Destrooper van
biscuiterie Jules Destrooper, Dirk Cornelis van Ganda Ham, Luc
Vandewalle van ING, en Kris Martin, lesgever aan hogeschool Ehsal.
Viermaal per jaar komen we samen en bespreken we de te volgen
strategie.”
Die strategie zal niet snel veranderen. Vandererfven zweert trouw
aan een ambachtelijk product en een plaatsje bij de luxeproducten.
Zijn potjes confituur kosten gemiddeld tussen de drie en de vijf
euro, industriële confituur kost de helft. “We koken nu van 6 tot
8.30 uur, maar de productiecapaciteit kan nog verdrievoudigen. We
kunnen hier ook nog een extra productiehal van 500 vierkante meter
zetten, indien nodig. Je moet soms in het rood durven gaan om te
kunnen groeien. Maar op een gegeven moment moeten investeringen
natuurlijk consolideren en beginnen op te brengen. Ik wil nog meer
produceren en blijven groeien, op voorwaarde dat we in onze
nichemarkt blijven.”
Confituur op dvd
Die nichemarkt moet je natuurlijk elke dag verdienen, hoe
onderscheidt hij zich van de industriële confituren bij de klanten?
“De vier hoofdingrediënten zijn fruit, suiker, citroensap en
natuurlijke appelpectine, een product dat men uit appelen haalt om
het fruit te dikken. Onze meerwaarde zit in de hoeveelheid fruit
(tot 60 procent), de keuze voor topfruit én een korte, maar hevige
kooktijd van 35 minuten, wat de smaak enorm ten goede komt en
verkleuring van de confituur tegengaat. We kiezen bewust voor kleine
kookketels op gasbranders, waar nog manueel in geroerd wordt. Bij
massaproductie wordt er in grote ketels of in autoclaven onder druk
gekookt; de kooktemperatuur is er veel lager waardoor suiker niet
meer natuurlijkgaat karamelliseren. We kiezen altijd voor topfruit
en topsuiker, zoveel mogelijk Belgisch. En we werken met IQF-fruit (individual
quick frozen, nvdr), in tegenstelling tot de grote industrie die met
blokfrozen fruit werkt, geperst in balen waardoor het al op voorhand
moes is. Ons fruit wordt individueel op de band ingevroren, maar is
in transport wel het dubbele in volume. De potjes vullen gebeurt
volledig geautomatiseerd. Dat biedt voordelen: hoe sneller de
confituur afgevuld is, hoe warmer en kiemvrijer ze is, en hoe langer
ze zal bewaren zonder toevoeging van bewaarproducten.”
Maar minstens zo belangrijk als wat in het potje zit, is de
buitenkant, zo blijkt. Vandererfven toont twee deksels; het een iets
chiquer dan het ander. “Zie je het verschil? Het ene is recht en
strak, het andere heeft een kapvorm en is goedkoper. Wil je een
topproduct, dan moet je dat over de hele lijn doortrekken, het
eerste wat de klant ziet is de buitenkant. Onze deksels komen uit
Frankrijk en Italië, het glas uit Groot-Brittannië en de labels uit
België.”
Blijft de vraag hoe hij zijn confituur als topproduct verkoopt aan
de klant? Vandererfven: “Tot nog toe mondeling, maar we willen nu
een dvd uitbrengen waarin het volledige productieproces en onze
gebouwen getoond worden. Ik vind het wel jammer dat sommige
concurrenten er niet voor terugdeinzen om een gewoon
distributieproduct in sommige markten als een topproduct te
positioneren.”
Belberry Preserves heeft veel klanten in het Verre Oosten, heeft hij
er nooit aan gedacht om een confituurfabriek in pakweg Indonesië
neer te poten? Vandererfven (fel): “Mijn schoonbroer is
fabrieksmanager voor een groot Belgisch bedrijf met vestigingen in
Frankrijk, Vietnam en China. Het is daar vaak veel miserie. Ik ben
met voeding bezig, ik kan me geen misstap veroorloven. En de
kostprijs van containers weegt niet op tegen de enorme investeringen
die je daar moet doen. Het containertransport van Europa naar Azië
is trouwens spotgoedkoop. We werken ook samen met andere Belgische
bedrijven voor het transport, zoals Lotus Bakeries. Zij hebben een
fabriek in San Francisco. Wij doen onze confituurpotjes naar hun
hoofdzetel in Lembeke, waar we onze potjes bij hun koeken steken.
Samen reduceren we zo de kosten. Binnenkort werken we ook samen met
de invoerder van Lotus Bakeries en Rombouts Koffie in Singapore.”
Belberry Preservers, geliefd tot in het koningshuis
DE MAN
- Thierry Vandererfven
- Getrouwd met een zelfstandige interieurarchitecte, twee kinderen.
“We nemen ze zoveel mogelijk mee op reis. Die ervaringen zijn
onbetaalbaar.”
- Ultieme droom: “Zonder pretentieus te willen klinken, ik hoop dat
het merk Belberry Preserves een wereldwijde marktwaarde krijgt.”
- Hobby's: Reizen, lekker uit eten, met vrienden op stap gaan.
HET BEDRIJF
- Belberry Preserves verdeelt haar ambachtelijke confituren vanuit
Kortrijk naar grote internationale delicatessenwinkels. Thierry:
“Die luxewinkels zoals Harrods in Engeland of de Bijenkorf in
Nederland staan 200 procent achter ons en verkopen ook enkel zulke
producten.” In Tokio heeft Belberry Preserves een brandstore.
- Aantal confituurpotjes: 4.000 per dag
- Hoeveelheid fruit dat jaarlijks wordt verwerkt: vijftig à zestig
ton
- Afzetmarkt: Van heel Europa (Groot-Brittannië op kop), VS, over
Japan, Hongkong, Shanghai tot het Midden-Oosten. “Maar ook onze
koningin Paola is één van onze grootste fans.”
- Aantal werknemers: Zes
CONFITUUR MET CHOCOLADE
“We hebben in totaal honderd recepten, confituurvariëteiten met of
zonder suiker en acht marmelades op basis van citrusvruchten met
schil. Maar we moeten blijven vernieuwen om onze klanten te
verrassen. Op mijn reizen zoek en proef ik nieuwe ingrediënten van
alle continenten. Zo creëerden we 'Alfonso Mango Satongo Chocolate',
een huwelijk tussen de beste mango's van India en chocolade grand
cru van Callebaut. En we ontwikkelden ook vier vruchtenazijnen,
fruitcoulis tot zelfs vlierbessensiroop, die door een farmaceutisch
bedrijf afgenomen wordt."